Smart and Inclusive Society

In de onderzoekslijn Smart and inclusive City komt het technologisch ingestoken ICT onderzoek samen met het onderzoek naar ontwikkeling en ontwerp van diensten en toepassingen.

Het dagelijks leven en werk van de mens is steeds meer verbonden met technologie. Na de internet revolutie, de ontwikkeling van social media en een wereldwijde toepassing van de mobiele telefoon zijn wij nu als mens altijd en overal verbonden en worden ook traditionele objecten in netwerken verbonden en delen zij in deze netwerken steeds meer data en informatie met elkaar en met de mens. De toenemende onderlinge verbondenheid van mens, object, organisatie, informatie en technologie roept nieuwe vragen op over het mens-zijn in een onderling verbonden en op technologie, netwerken en informatie gebaseerde wereld. Zoals Heidegger (1954) stelt zorgt technologie vanuit zijn natuur voor een vorm van ‘enframing’ van de mens en zijn alledaagse beleving van werkelijkheid. Onderlinge verbondenheid van mensen en technologische toepassingen maakt onderlinge communicatie en interactie mogelijk op basis van algoritmes en software die daarmee steeds meer het menselijk handelen beïnvloeden (transhumanisme). Het complexe geheel wat hieruit ontstaat vertoont steeds meer overeenkomsten met een genetwerkte ecologie.

Verweven met technologie

Hierin staat de mens niet meer automatisch centraal, de mens raakt steeds meer verweven met de technologie. Sterker nog; veel eigenschappen die tot voor kort vanzelfsprekend en exclusief toegedicht werden aan de mens; zoals intelligentie, sociaal gedrag, en in zekere zin ook emotie zien we in toenemende mate en in uiteenlopende vormen terug in machines, software en andere ‘wezens’. Er is echter niet alleen sprake van de ons omringende realiteit die verandert door technologie tot een hyper-realiteit (Eco,1990) ook de grens tussen mensen en technologie wordt steeds kleiner en brengt ons weer stap dichter bij het posthumanisme zoals Braidotti en Hayles in hun wetenschappelijk schrijven uiteenzetten.(Braidotti, 2013, Hayles, 1990) In de genetwerkte ecologie zien we interactie ontstaan tussen mensen, overheden, bedrijven, slimme objecten, devices, de slimme stad. Ging men binnen HCI tot kort geleden nog uit van human centered design, nu de mens in toenemende mate een onderdeel van een netwerk wordt waarin de rollen tussen de actoren steeds kan wisselen verandert ook de hierarchie en zijn de interacties en transacties (idealiter) afhankelijk van de betreffende doelen. De smart and inclusive society groep verricht daarom ook onderzoek naar interfaces voor deze nieuwe dynamische rollen van mensen en machines (artifacts) in een genetwerkte ecologie waar niet de afzonderlijke organismen centraal staan maar waar de onderlinge verbindingen en interacties tussen de afzonderlijke en autonome organismen die de diversiteit en de evolutionaire ontwikkeling van het ecologische geheel mogelijk maken ( Gell-Mann 1994).

Heel concreet zien we dat de “gewone” mens bijvoorbeeld steeds vaker een onderdeel wordt van een meetinfrastructuur door de komst van de smartphones en het fenomeen crowd-sourcing (Choenni et al). Een rol die vroeger weggelegd was voor professionals.

Deze situatie is voor velen nog nieuw, maar ontwikkelt zich razend snel. In het onderzoek smart and inclusive society ambiëren de onderzoekers ten minste een toename van kritisch bewustzijn van de (on)mogelijkheden en de eigen rol van de spelers in de netwerk ecologie.